
Kunst kijken met basisschoolleerlingen.
Ook voor basisschoolkinderen is leren kijken naar kunst heel waardevol. Het helpt je namelijk om jezelf beter te begrijpen; je ontdekt welke kleuren, vormen of verhalen jou raken, en wat jij mooi of interessant vindt. Zo leer je meer over je eigen gevoelens en wie jij bent. Tegelijkertijd helpt het je om de wereld om je heen te begrijpen, want kunstwerken laten je zien hoe mensen dachten en denken, voelde of voelen leefde en leven. Op die manier leer je over andere culturen enandere tijden. En tot slot, als je goed naar kunst kijkt, leer je je eigen mening te vormen. Je ontdekt wat jij ervan vindt en leert uit te leggen waarom je iets wel of niet mooi vindt. Zo ontwikkel je je eigen smaak en voorkeuren.
Ook waarnemen kan je leren!
Filosofische gesprekken over kunstwerken kunnen je enorm helpen bij het vormen van een eigen mening en het ontwikkelen van strategieën hiervoor. Zie het als een soort training voor je denkspieren.
Hoe filosofische gesprekken je helpen
Wanneer je met anderen praat over een kunstwerk vanuit een filosofisch perspectief, gebeuren er een paar belangrijke dingen:
- Je leert kritisch kijken en vragen stellen: In plaats van alleen te zeggen “ik vind dit mooi” of “ik vind dit lelijk”, ga je dieper graven. Je vraagt je af: “Waarom raakt dit kunstwerk me?”, “Wat probeert de kunstenaar te zeggen?”, “Welke emoties roept het op en waarom?”, “Wat is de betekenis van dit element in het kunstwerk?” Dit soort vragen dwingt je om verder te kijken dan de oppervlakte.
- Je wordt blootgesteld aan verschillende perspectieven: Iedereen heeft een eigen achtergrond, ervaringen en ideeën. Door met anderen te discussiëren over kunst, hoor je hoe zij het werk interpreteren. Misschien zien zij details die jij hebt gemist, of hebben ze een heel andere kijk op de boodschap. Dit verbreedt je horizon en leert je dat er meerdere ‘waarheden’ kunnen zijn.
- Je leert je eigen argumenten te formuleren en te onderbouwen: Als je het ergens niet mee eens bent, of juist wel, moet je kunnen uitleggen waarom. Dit dwingt je om na te denken over je eigen redenen en deze logisch te presenteren. Je oefent in het opbouwen van een sterke argumentatie.
- Je ontwikkelt je inlevingsvermogen: Door te proberen te begrijpen waarom iemand anders een bepaalde mening heeft, zelfs als je het er niet mee eens bent, ontwikkel je meer begrip voor verschillende standpunten. Dit is niet alleen nuttig bij kunst, maar in alle aspecten van het leven.
- Je durft je mening bij te stellen: Soms kom je er tijdens een gesprek achter dat je oorspronkelijke mening niet helemaal klopt, of dat er nieuwe inzichten zijn die je mening kunnen verrijken. Filosofische gesprekken moedigen aan om flexibel te zijn in je denken en niet vast te houden aan een mening puur omdat het ‘jouw mening’ is.
Strategieën om een eigen mening te vormen
Door regelmatig filosofische gesprekken te voeren over kunst (of andere onderwerpen), ontwikkel je vanzelf strategieën om een eigen mening te vormen:
- Observeren en beschrijven: Begin met een grondige observatie van het kunstwerk. Wat zie je precies? Welke kleuren, vormen, materialen zijn gebruikt? Beschrijf het zo objectief mogelijk voordat je gaat interpreteren.
- Vragen stellen: Stel jezelf de diepere vragen zoals hierboven genoemd. Waarom is het op deze manier gemaakt? Wat roept het bij mij op? Welke associaties heb ik?
- Context onderzoeken: Probeer meer te weten te komen over de kunstenaar, de tijd waarin het werk is gemaakt, en de culturele context. Dit kan je helpen de intentie en betekenis beter te begrijpen.
- Verschillende interpretaties overwegen: Voordat je een definitieve mening vormt, overweeg je verschillende mogelijke interpretaties. Wat zou het nog meer kunnen betekenen?
- Je eigen standpunt formuleren en onderbouwen: Kies de interpretatie die voor jou het meest logisch of betekenisvol is, en formuleer duidelijk waarom. Welke elementen in het kunstwerk of welke achtergrondinformatie ondersteunen jouw standpunt?
- Openstaan voor discussie: Wees bereid om je mening te delen en te luisteren naar die van anderen. Zie discussies als een kans om je eigen denken te verfijnen, niet als een strijd die gewonnen moet worden.
Kortom, filosofische gesprekken over kunst zijn een fantastische manier om je denkvaardigheden aan te scherpen, kritisch te leren kijken, en op een diepere, meer onderbouwde manier je eigen mening te vormen. Het is een continu proces van ontdekken en leren!
Mening vormende benaderingen
De Actieve Blik
In het basisonderwijs willen we kinderen niet alleen laten kijken naar kunst, maar ze ook leren een eigen mening te vormen. Dit artikel introduceert methodes die kinderen actief betrekken bij het interpreteren van kunstwerken, zoals de ‘brillen van Parsons’ of de ‘Tate methode’. We verkennen hoe deze benaderingen kinderen aanmoedigen om vragen te stellen, emoties te herkennen en hun persoonlijke waarnemingen te onderbouwen. Het doel is om hen de vaardigheden te bieden om met vertrouwen en inzicht over kunst te spreken, waardoor hun waardering en begrip verdiepen.
Filosofisch kunst bekijken met de hele klas
Heb met zijn allen een filosofisch gesprek over een kunstwerk
– 1. De opening met de startvraag.
Laat een kunstwerk zien en stel een vraag. Een vraag die je alleen met denkwerk kan beantwoorden.
(Wat denk je dat het verhaal achter dit kunstwerk is, waarom denk je dat dit een kunstwerk is, waarom vinden mensen dit kunstwerk zo mooi dat het in een museum hangt, of dat mensen er een foto van maken als ze langs dit werk lopen?…)
– 2. De vervolgvragen. Gebruik vervolgvragen alleen als de dialoog een nieuw impuls nodig heeft. (Wat is er te zien Welke kleuren worden er gebruikt…waarom? Op welke plaats staat dit kunstwerk? Voor wie is het te zien?)
– 3. De verdieping. Dit is het focussen op een aspect, idee of redenering. Meestal moet de leerkracht het initiatief nemen voor de verdiepingsfase.
(Welke betekenissen zouden de plaatjes op de deuren kunnen hebben? Is dit een kunstwerk? Waarom wel, of waarom niet? Wat voor mensen zouden er achter de deuren wonen?)
– 4. De afronding. Bij filosoferen gaat het niet om een gezamenlijke conclusie of consensus. Het is goed om de kinderen als afronding van het gesprek hun inzichten vast te laten leggen
( Denk je nu je zo met zijn allen over dit kunstwerk hebt gepraat dat je het nu mooier of lelijker vindt? En waarom zou dat zijn?)
Individueel filosofisch kunst bekijken.
De Tate-modern methode
– In de link vindt je een vragen-blad, leerlingen kunnen individueel het vragenblad invullen. De vragen leiden langs een aantal vragen die de leerling helpt een kunstwerk te bekijken en een mening te vormen over zijn kunstwerk.
Kunst kijken met de brillen van Parsons
De theorie van Parsons
De Amerikaan Michael Parsons bedacht in 1987 een theorie om te leren kijken naar kunst. Dit model van Parsons – ook wel de 5 brillen van Parsons genoemd- is voor ons een hulpmiddel bij het beschouwen van kunstwerken bij lessen beeldende vorming. Deze 5 stadia van Parsons zijn niet gebonden aan een leeftijd, maar volgen elkaar wel chronologisch op. Sommige brillen ‘passen’ wel goed bij een bepaalde leeftijd, maar dit is niet absoluut.
Hoe meer je actief in aanraking komt met kunsteducatie, hoe sneller je deze fasen doorloopt. Het is evenwel geen wedstrijd om jouw leerlingen snel in de vijfde fase te loodsen!
Eerste bril:
Associatieve stadium
De kijker legt associaties met dingen uit zijn/ haar eigen leefwereld. Vorm is hier niet belangrijk. Daarom dat abstracte werken hier volop kunnen ingezet worden. Er is geen drang naar het herkennen van een figuurtje, maar eerder naar het herkennen van emoties die de kijker zelf al ervaren heeft.
Wat valt je op? Wat roept het bij je op?
Wat denk je ervan als je dit zo ziet?
Wie vindt het geheimzinnig? Wie niet zo?
Wie vindt het mooi? Waarom?
Tweede bril:
Realisme
De beschouwer wil heel graag iets zien in het werk dat hij/zij herkent. Je moet er iets in kunnen zien. “Ik zie tenminste waarover het gaat” is een uitspraak die je wel vaker hoort in dit stadium.
In dit stadium kan de kijker wel eens afhaken wanneer er geen realistische weergave is.
Gericht kijken
Wat zie/ hoor je precies? Welke vormen zie je?
Wat zie je allemaal? Hoeveel?
Welke kleuren? Welke vormen?
Derde bril:
Expressieve stadium
Het achterhalen van de precieze emotie staat hier voorop. Er wordt gezocht naar de emotionele betekenis van het te beschouwen werk.
Analyse
Wat zou het willen zeggen? Met welk materiaal en techniek is het gemaakt?
Wat gebeurt er? (op het kunstwerk) Waar zie je dat aan?
Waar speelt het zich af?
Welk moment van de dag is het?
Wat zal er straks gebeuren?
Wat voor een gevoel krijg je bij het zien van al deze dingen?
Zijn de mensen blij/verdrietig?
Wat voor kleren hebben zij aan? Waarom?
Wat zou jij doen als jij het jongetje uit het schilderij was?
Wat zou de kat in het beeldhouwwerk denken?
Heb jij ook wel eens zoiets meegemaakt?
Kan dit echt gebeurd zijn?
Wie heeft er wel eens iets gedroomd dat een beetje op dit schilderij lijkt?
Hoe zal de kunstenaar het gemaakt hebben? Met wat?
Vierde bril:
Formele stadium
Bij het beschouwen begrijpt de kijker dat je kunt communiceren over kunst. Meningen over het kunstwerk leer je appreciëren maar ook met argumenten te weerleggen. Hier wil de kijker meer te weten komen over de context van het werk zelf. Hier geef jij als leerkracht meer informatie over de kunstenaar en het werk. Of je laat jouw leerlingen zelf informatie opzoeken.
Welke vormen zie je?
Waarom zal de kunstenaar dat gedaan hebben?
Kun je groepjes maken?
Staan alle dingen er wel helemaal op?
Welke kleuren zie je?
Welke kleuren horen bij elkaar? Waarom?
Waar op het (b.v) schilderij is het licht/donker?
Zijn er dingen die je vaker ziet?
Zijn die dingen hetzelfde of toch iets anders?
Wie is de maker?
Waar is die geboren?
Welke politieke invloeden van die tijd zien we terug in het werk?
Vijfde bril:
Interpretatieve stadium
Doordat je de vorige 4 stadia doorliep kan je als kijker nu je eigen gefundeerde mening weergeven.
Je kan zelf betekenis geven aan een werk dat je bekijkt. Eveneens is deze kijker steeds bereid om zijn/ haar mening bij te sturen. Zelfkritisch zijn heb je je eigen gemaakt. Op die manier leer je jezelf aan om een bredere kijk te krijgen op het geheel.
Wat is nu jouw mening over het kunstwerk?
Begrip vormende benaderingen
Analyserend Kunst Kijken
Naast persoonlijke expressie is het essentieel dat kinderen ook leren hoe ze kunstwerken analyseren en begrijpen. Deze tekst richt zich op benaderingen van analyserend kunst kijken, waarbij we dieper ingaan op de elementen en principes van kunst. We bespreken strategieën om kinderen te begeleiden bij het identificeren van kleur, vorm, compositie en techniek. Door deze gestructureerde analyse ontwikkelen ze een beter begrip van de keuzes van de kunstenaar en de bredere betekenis van een kunstwerk, wat de basis legt voor een diepere kunstbeleving.
- Analyserend kunst bekijken:
Bekijk en analyseer alle aspecten van een kunstwerk doormiddel van beeldanalyse. Gebruik daarbij de termen die gebruikelijk zijn in de wereld van beeldende vorming.
Op kunstontdekkingstocht: Alles wat je ziet, voelt en denkt bij kunst!
Welke middelen zijn er gebruikt om dit kunstwerk te maken? Wat zie je?
Een kunstwerk is net als een spannend verhaal of een groot raadsel. Om het echt goed te begrijpen, kunnen we naar allerlei dingen kijken.
Het geheim van Licht in kunst
Kijk eens goed naar hoe het licht speelt in een kunstwerk. Is het licht heel fel, alsof de zon schijnt, of juist zacht en gedempt, als bij kaarslicht? Komt het licht van voren (meelicht), van achteren (tegenlicht), van opzij (zijlicht) of strijkt het bijna over het oppervlak (strijklicht)? Al dat licht zorgt voor schaduwen, zowel op de voorwerpen zelf (eigen schaduw) als op de grond eromheen (slagschaduw). Het licht en de schaduw samen vertellen ons veel over de sfeer in het kunstwerk.
De magie van Kleuren
Kleuren zijn superbelangrijk! Zijn de kleuren in het kunstwerk heel helder en vrolijk (hoge verzadiging), of juist een beetje flets en grijs (lage verzadiging)? En zijn de kleuren licht of donker? Soms zie je dat kleuren heel erg bij elkaar afsteken (kleurcontrasten). Denk aan:
- Kleur-tegen-kleur: een felle rode naast een felle blauwe.
- Licht-donker: een zwarte vorm naast een witte.
- Koud-warm: een koele blauw naast een warme oranje.
- Complementair: kleuren die tegenover elkaar staan op de kleurencirkel, zoals rood en groen, die elkaar extra laten sprankelen. En gebruikt de kunstenaar maar één kleur met verschillende tinten (monochroom), of juist heel veel verschillende kleuren door elkaar (polychroom)? Kleuren kunnen je blij, verdrietig of juist rustig maken.
Hoeveel Ruimte is er?
Kunstwerken kunnen op verschillende manieren ‘ruimte’ laten zien. Is het kunstwerk plat (tweedimensionaal), of komt het een beetje uit het oppervlak (reliëf), of is het een echt beeld waar je omheen kunt lopen (driedimensionaal)? Sommige beelden zijn massief en gesloten, ze nemen veel plek in (ruimte-innemend). Andere beelden zijn open en luchtig, je kunt erdoorheen kijken (ruimte-omvattend).
Soms lijkt het ook alsof er veel ruimte is, zelfs op een plat plaatje! Dit noemen we ruimtesuggestie. Hoe doet de kunstenaar dat? Door:
- Dingen die verder weg zijn kleiner te maken dan dingen die dichtbij zijn.
- Overlapping: het ene voorwerp staat voor het andere.
- Afsnijding: een deel van het voorwerp valt buiten het kunstwerk.
- Lijnperspectief: lijnen die naar één punt verdwijnen, net als bij een weg die in de verte smal lijkt te worden.
- Kleurperspectief: kleuren worden lichter en blauwer naarmate ze verder weg zijn.
- Atmosferisch perspectief: dingen in de verte zijn waziger. En wat voel je als je het kunstwerk aanraakt (of je dat alleen maar voorstelt)? Dat noemen we textuur!
De Vormen die je ziet
Alles in een kunstwerk heeft een vorm. Zijn de vormen strak en hoekig (geometrisch) of juist rond en vloeiend (organisch)? Bestaat het uit één duidelijke vorm (enkelvoudig) of uit veel verschillende vormen die samenkomen (samengesteld)? Soms zie je ook een hoofdvorm (positief) en de lege ruimte eromheen (negatief of restvorm). En zijn de vormen heel duidelijk te zien, of juist een beetje vaag?
De Compositie: Het Grote Geheel
Als je naar een kunstwerk kijkt, is het net als het kijken naar een puzzel. Alle stukjes samen vormen een compositie, het geheel. Hoe heeft de kunstenaar alle onderdelen geordend?
- Staan de dingen vooral horizontaal (plat) of verticaal (omhoog)?
- Zijn er veel schuine lijnen (diagonaal)?
- Zijn de dingen in een driehoek geplaatst?
- Is alles gericht op het midden (centrale compositie)?
- Of is alles overal verspreid (over-all compositie)?
De manier van ordenen heeft ook gevolgen: voelt het kunstwerk rustig en stil (statisch) of juist vol beweging en energie (dynamisch)? En is de ene kant precies hetzelfde als de andere kant (symmetrisch), of juist anders (asymmetrisch)?
Tijd en Beweging
Soms lijkt het alsof een kunstwerk beweegt, ook al staat het stil. Dat noemen we bewegingssuggestie. Denk aan een schilderij waarop iemand rent. Natuurlijk zijn er ook kunstwerken die echt bewegen, zoals video’s, films of performances (waarbij mensen een actie uitvoeren).
Het verhaal van het kunstwerk
Elk kunstwerk vertelt een verhaal op zijn eigen manier. We noemen dit de narratieve laag.
- Zie je echte dingen die je kunt herkennen (figuratief)?
- Ziet het er precies echt uit (realistisch), of juist een beetje perfect (geïdealiseerd)?
- Of is het veranderd of versimpeld (gestileerd, geabstraheerd, gedeformeerd)?
- En soms zie je helemaal geen echte dingen, maar alleen kleuren en vormen (non-figuratief of abstract).
Wat is de titel van het kunstwerk? Waar gaat het over (het thema)? Wat zie je erop (de voorstelling)? En welke sfeer hangt er? Soms zit er ook een geheime boodschap in, een symbool, dat iets anders betekent dan wat je direct ziet.
Jij en het kunstwerk
En nu komt het spannendste: wat doet het kunstwerk met JOU? Welke gevoelens krijg je ervan? Denk aan:
- Wat vind jij ervan? Wat is jouw persoonlijke mening?
- Voelt het blij, verdrietig, spannend, rustig?
- Voel je dat het kunstwerk je iets leert? Wat zou dat kunnen zijn?
- Wat denk je dat de kunstenaar ermee wil zeggen of bereiken bij jou als kijker?
- Welke ideeën of visie had de kunstenaar toen hij het maakte?
- En speelt het kunstwerk in op dingen die nu gebeuren in de wereld (actueel, politiek) of bij bepaalde groepen mensen (subculturen)?
Jij als kijker (beschouwer) bent superbelangrijk! Want zonder jou, met jouw eigen gedachten en gevoelens, is het kunstwerk maar een ding. Door erover na te denken en te praten, komt het kunstwerk pas echt tot leven!
Kunst analyseren als een detective: De methode van Robert Clement
Soms lijkt kunst bekijken net op het ontcijferen van een geheimtaal. Gelukkig heeft Robert Clement een superhandige methode bedacht die ons helpt om stap voor stap te ontdekken wat een kunstwerk ons vertelt. Dit is perfect voor juffen en meesters, en natuurlijk ook voor de kinderen in de klas! Het is net als een speurtocht in vier stappen. En onthoud: het gaat er niet om dat je alles precies goed doet als een echte kunsthistoricus, maar dat je leert kijken, denken en je eigen mening vormen!
Stap 1: Beschrijven (Wat zie je?)
Dit is de stap waarin je je ogen de kost geeft, zonder er meteen iets van te vinden. Je bent een soort robot die alleen maar vertelt wat hij ziet.
- De feiten: Wat is de titel van het kunstwerk? Wie heeft het gemaakt (de artiest)? Wanneer is het gemaakt (de datum)? Van welk materiaal is het gemaakt (het medium, bijvoorbeeld verf, klei, hout)? En hoe groot is het?
- Wat stel je je voor? Zie je in het kunstwerk echte dingen die je herkent (representatief)? Of is het meer vervormd of vereenvoudigd (abstract)? Of zie je helemaal geen herkenbare dingen (niet-objectief)? Kun je een onderwerp of een verhaal ontdekken? En zo niet, zijn er dan kleine aanwijzingen die je op weg helpen?
- De bouwstenen: Welke losse onderdelen of elementen zie je in het kunstwerk? Denk aan lijnen, kleuren, vormen. En hoe worden die elementen gebruikt?
Stap 2: Analyseren (Hoe is het gemaakt?)
Nu gaan we een stapje dieper. Je beschrijft niet alleen wat je ziet, maar ook hoe het eruitziet en wat voor gevoel dat bij jou oproept.
- Hoe wordt het verhaal verteld? Als er een onderwerp is, hoe heeft de kunstenaar dat dan laten zien? Welke middelen heeft hij gebruikt? Denk aan speciale kleuren, een bepaalde manier van schilderen, of hoe de figuren zijn neergezet.
- Welke gevoelens roept het op? Terwijl je kijkt naar het onderwerp en hoe het is uitgebeeld, merk je misschien dat het bepaalde gevoelens bij jou oproept. Is het vrolijk, spannend, mysterieus, of misschien een beetje eng? Benoem die gevoelens!
Stap 3: Interpreteren (Wat betekent het?)
In deze stap ga je echt nadenken over de betekenis van het kunstwerk. Je combineert alles wat je hebt gezien en gevoeld.
- De puzzel leggen: Hoe kun je de kenmerken die je hebt gezien (het onderwerp, hoe het is neergezet en de middelen die de kunstenaar gebruikte) bij elkaar voegen om een betekenis te vinden?
- Waar doet het je aan denken? Komt het kunstwerk overeen met iets wat je al weet, of een verhaal dat je hebt gehoord? Waarom doet het je daaraan denken?
- De boodschap van de kunstenaar: Wat denk je dat de kunstenaar probeerde te doen met dit werk? Wat is het doel van dit kunstwerk? Is het gemaakt om mooi te zijn, om een verhaal te vertellen, om iets te leren, of iets heel anders?
- Verborgen symbolen: Zie je misschien symbolen in het werk? Dit zijn dingen die iets anders betekenen dan wat je direct ziet. Denk aan een duif die vrede symboliseert. Wat hebben deze symbolen met elkaar gemeen?
Stap 4: Oordeel (Wat vind jij ervan?)
Dit is de stap waarin je je eigen, persoonlijke mening vormt en uitlegt waarom je die mening hebt. Hier mag je je oordeel vellen!
- Is het waardevol? Vind je dat het kunstwerk ‘goed’ is?
- Heeft de kunstenaar de elementen (kleuren, vormen, enz.) op een goede en knappe manier gebruikt?
- Heeft het kunstwerk emotie of gevoel opgeroepen bij jou? En vind je dat belangrijk?
- Vind je het doel van het kunstwerk belangrijk of geslaagd?
- De materialen: Past het materiaal goed bij wat de kunstenaar wil laten zien?
- Beter dan dit? Hoe had het kunstwerk misschien nog succesvoller kunnen zijn, volgens jou?
- Voor wie is dit werk? Wie zou dit kunstwerk misschien wel heel mooi of interessant vinden, denk je?
Probeer het zelf!
Deze methode van Robert Clement is superleuk om uit te proberen, zowel met een plaatje op het digibord als tijdens een echt museumbezoek. Onthoud goed: het is niet de bedoeling dat de kinderen perfecte kunsthistorici worden. Het belangrijkste is dat ze leren analyseren, een eigen mening durven te vormen en (heel belangrijk!) die mening ook kunnen uitleggen. Kies vooral leuke kunstwerken uit die tot de verbeelding spreken – er zijn heel veel leuke suggesties te vinden!
Een kunsthistorische benadering
Een beproefde methode om kunst te bekijken is een methode die Erwin Panofsky ontwikkeld heeft, de volledige methode van Panofsky is best complex, maar de ideeën erachter zijn heel waardevol, zelfs voor jonge kinderen. Waarom?
Ze leren ‘verhalen’ in kunst ontdekken: Panofsky’s methode leert je om niet alleen te zien wat er op een schilderij staat, maar ook welk verhaal het kunstwerk vertelt. Kinderen zijn dol op verhalen, en zo ontdekken ze dat kunstwerken ook verhalen vertellen over vroeger, over andere culturen of over ideeën.
Ze leren over de geschiedenis en de wereld: Door kunstwerken te bekijken met de ‘Panofsky-bril’ op (vereenvoudigd natuurlijk!), leren kinderen dat kunst een venster is op het verleden. Ze zien hoe mensen vroeger leefden, welke kleding ze droegen, welke feesten ze vierden en wat ze belangrijk vonden. Dit maakt geschiedenis veel levendiger dan alleen uit een boek leren.
Ze worden slimme kijkers (onderzoekers): De methode moedigt aan om verder te kijken dan je neus lang is. Waarom is dit schilderij zo gemaakt? Wat zegt het over de tijd waarin het is ontstaan? Dit leert kinderen om vragen te stellen, te onderzoeken en verbanden te leggen. Zo worden ze kleine kunst-detectives!
Ze begrijpen de wereld om hen heen beter: Kunst is overal om ons heen en zit vol met betekenissen uit het verleden. Door te begrijpen dat kunst symbolen en verhalen kan bevatten, leren kinderen beter de wereld om hen heen te interpreteren en ontwikkelen ze een dieper cultureel begrip.
Kortom, de methode van Panofsky helpt jouw leerlingen om kunst te zien als een spannende reis door de tijd en een bron van verhalen, waardoor hun begrip van geschiedenis en hun vermogen om kritisch te kijken enorm groeit.
Op tijdreis met kunst: De methode van Erwin Panofsky
Soms vertelt kunst niet alleen een verhaal, maar geeft het ons ook een kijkje in het verleden! De beroemde kunsthistoricus Erwin Panofsky bedacht een slimme manier om naar kunst te kijken, waarbij je leert om de diepere boodschappen te ontdekken. Zie het als een speurtocht door de tijd in drie lagen:
Laag 1: Wat zie je precies? (De ‘wat-zie-je’-laag)
Begin met heel goed te kijken en te beschrijven wat je feitelijk ziet op het kunstwerk. Net als een detective die alle details verzamelt. Welke mensen, dieren of voorwerpen zie je? Welke kleuren, vormen of gebouwen? Probeer het zo precies mogelijk te vertellen, zonder er al een mening over te hebben.
Denk bijvoorbeeld aan een schilderij waarop je een groepje mensen in ouderwetse kleding op een plein ziet staan.
Laag 2: Wat betekent het? (De ‘wat-betekent-het’-laag)
Nu gaan we een stapje verder. We kijken naar de dingen die je zag in de eerste laag en proberen te begrijpen wat ze samen betekenen. Is er een bekend verhaal of een bekend onderwerp te herkennen? Deze laag gaat over het vinden van de betekenis van de voorstelling.
Gaat het groepje mensen op het plein misschien over een bepaald feest? Of over een belangrijk moment in de geschiedenis?
Laag 3: Het grotere plaatje (De ‘waarom-is-het-zo’-laag)
Dit is de diepste laag, waarin we het kunstwerk plaatsen in een groter geheel. Waarom heeft de kunstenaar dit precies zo gemaakt, op die specifieke plek en in die tijd? Hierbij kijken we naar:
- Andere kunstwerken van dezelfde kunstenaar of van kunstenaars uit dezelfde tijd.
- Het ‘klimaat’ van die tijd: wat vonden mensen belangrijk, wat waren de ideeën en gewoontes?
- De cultuur en de geschiedenis van die periode.
Stel, je komt erachter dat het schilderij gemaakt is in een tijd dat mensen heel trots waren op hun stad. Dan begrijp je misschien beter waarom de kunstenaar juist die details van het plein zo belangrijk vond om te laten zien.
Kunst als venster op het verleden
Hoewel de volledige methode van Panofsky behoorlijk wat voorkennis vraagt, is hij wel fantastisch om te gebruiken tijdens geschiedenislessen in het basisonderwijs! Veel kunstwerken zijn namelijk net tijdcapsules die ons laten zien hoe mensen vroeger leefden, dachten en voelden.
Door kunstwerken te bestuderen die tijdsbeelden of indrukken van het dagelijks leven laten zien, kun je een geschiedenisles veel spannender en levendiger maken. Het is niet alleen een leuke manier om over vroeger te leren, maar de kinderen oefenen ook hun vaardigheden in goed waarnemen en het bestuderen van historische bronnen. Zo wordt kunst kijken een echte tijdreis!