Creativiteit in groep 3-4-5
Het witte papier: Een creatieve uitdaging voor iedereen
Dat lege witte papier kan soms best intimiderend zijn. “Maak maar eens een mooie tekening!” Klinkt simpel, toch? Maar voor veel mensen – jong en oud – kan zo’n open opdracht voelen als een enorme uitdaging. Want wat moet je tekenen als alles mogelijk is?
Het vinden van inspiratie en het ontwikkelen van een ‘ideeën-schatkist’ kost tijd en oefening. Dat is best veel gevraagd van jonge basisschoolleerlingen. Vaak zien we dan dat kinderen teruggrijpen op onderwerpen die ze al kennen, of misschien kijken ze stiekem bij een klasgenootje. Dat is helemaal niet erg, maar het is dan geen opdracht waarbij hun unieke creativiteit echt naar voren komt.
Vrije expressie: Wat werkt voor jonge kinderen?
Voor leerlingen in groep 3, 4 en 5 is het de vraag of ‘vrije expressie’ – waarbij kinderen helemaal zelf kiezen wat ze maken zonder enige sturing – altijd de beste aanpak is. Deze jonge kinderen zijn vooral bezig met het ontdekken van de wereld om hen heen en het leren kennen van zichzelf door middel van experimenteren.
Ze kunnen zich zeker verliezen in het plezier van het mengen van verf, het experimenteren met materialen en het maken van grote, kleurrijke schilderijen die doen denken aan het werk van kunstenaars als Karel Appel of Matisse. Dat is enorm waardevol voor hun ontwikkeling. Ze ontwikkelen hun creativiteit door te associëren, verbanden te leggen, dingen op een nieuwe manier te bekijken, te experimenteren en de vrijheid te voelen om fouten te maken. Of we dit direct ‘vrije expressie’ noemen, is een discussiepunt, maar het is absoluut een essentieel deel van hun creatieve groei.
De kracht van kaders: Uitdaging en veiligheid
Het idee van vrije expressie in het onderwijs ontstond na de Tweede Wereldoorlog, met als mooi doel dat leerlingen ongedwongen met materialen konden werken, hun fantasie de vrije loop konden laten en zonder externe invloeden vanuit hun innerlijke wereld konden creëren, zonder verwachtingen over het resultaat.
Dit is een prachtig uitgangspunt. Echter, als er té veel ruimte is, blijven kinderen soms binnen hun bekende terrein en worden ze minder uitgedaagd om hun beeldende talenten echt te verkennen. Soms biedt een duidelijke opdracht juist de stimulans die ze nodig hebben.
We hebben dus opdrachten nodig die leerlingen uitdagen om te onderzoeken wat zij ergens van vinden. Opdrachten die hen helpen om de bedoeling te doorgronden en die vervolgens op hun eigen manier in te vullen. Een opdracht die tegelijkertijd uitdaagt en bemoedigt.
Dat klinkt misschien als dat lege witte papier aan het begin: een uitdaging! Maar het valt reuze mee. Een goede vraag om jezelf te stellen bij het bedenken van een creatieve opdracht is: “Als ik deze opdracht geef, weet ik dan van tevoren wat voor tekening de leerlingen gaan maken?”
Als de opdracht is: “Maak een mooie tekening,” dan weten we het vaak wel. Kleine Erik tekent waarschijnlijk dinosauriërs, de meisjesclub maakt hartjes en regenbogen, en de jongens iets met oorlog of games. Dat is hun veilige zone.
De balans vinden
Laten we leerlingen in de groepen 3, 4 en 5 vooral de ruimte geven om zelf verf te mengen, te experimenteren met materialen en te ontdekken. Maar laten we ze ook opdrachten geven waarbij ze eerst een vraagstuk moeten oplossen. Bijvoorbeeld: “Hoe ziet de vorm van mijn gezicht eruit… en het jouwe?” bij het maken van een portret.
Het is belangrijk om een balans te vinden. Niet alle opdrachten hoeven ‘ingekaderde vrije expressie’ te zijn. De veiligheid van een opdracht met duidelijke kaders geeft kinderen juist het zelfvertrouwen dat nodig is om te durven experimenteren bij een andere, vrijere opdracht. Bovendien is er niets mis met het leren omgaan met een instructie en het volgen van aanwijzingen – dat zijn immers ook belangrijke vaardigheden.