Peperkoek.
We gaan een heel oud en superlekker kerstgebak: maken de peperkoek! Alleen maken we van onze peperkoek versiering voor in de kerstboom, je kan deze koekjes dus niet eten!!
Weten jullie dat peperkoek al heel, heel lang bestaat? Vroeger in Europa, in de Middeleeuwen, werden er al koekjes gebakken die op elkaar leken. Maar de echte traditie van de peperkoekmannetjes begon waarschijnlijk bij een hele beroemde, machtige vrouw.
Dat was Koningin Elizabeth I van Engeland, ongeveer 500 jaar geleden!
Zij was dol op peperkoek en wilde haar belangrijke gasten verrassen. Ze liet de bakkers koekjes maken die leken op de gasten zelf. Iedereen kreeg dus zijn eigen, eetbare portret van peperkoek!
Tegenwoordig bakken we de koekjes niet meer naar het gezicht van de gast, maar hebben we de beroemde poppetjes met knoopjes van glazuur en een vrolijk gezicht. De Amerikanen en Engelsen zijn er gek op, en ze zijn over de hele wereld een symbool van Kerstmis geworden.
Dus terwijl jullie je zoutdeeg-versieringen maken, denken jullie maar aan die grappige, historische peperkoekmannetjes van de Koningin!
1. Het Deeg Maken (Kneden)
Meng de droge stoffen: Doe de bloem en het zout in de grote mengkom en meng het goed door elkaar.
Water toevoegen: Giet langzaam het 3/4 kopje water bij de droge stoffen. Roer het met een lepel tot het een grove bal wordt.
Kneden: Haal de bal uit de kom en kneed deze op een licht met bloem bestoven tafel. Als het deeg nog te droog is, voeg dan de rest van het water (heel voorzichtig, een theelepel per keer!) toe, totdat je een mooie, soepele bal hebt.
Tip: Het deeg moet aanvoelen als stevig klei, niet te nat of plakkerig.
10 Minuten Rust: Laat het deeg even rusten onder een doek. Dan kunnen jullie net even alle bakjes enzo afwassen!!
2. Vormen en Bakken
Deeg uitrollen: Leg het deeg op een stuk bakpapier en rol het uit tot een dikte van ongeveer 1 centimeter. Het moet niet te dun zijn, anders breken de figuren makkelijk.
Snij nu met een spatel of mesje figuurtjes van mannetjes uit het deeg, maak ze nog even mooi met je vingers.
Gaatjes maken: Heel belangrijk! Gebruik een satéprikker, potlood of een rietje om een klein gaatje te maken aan de bovenkant van elk figuurtje. Hierdoor kun je ze later ophangen in de kerstboom!
Bakken (Drogen): Zet de oven op een lage temperatuur van ongeveer 120 graden (conventionele oven). Bak de figuren heel langzaam.
Kleine/dunne figuren: ongeveer 1 tot 2 uur.
Grote/dikke figuren: 2 tot 3 uur of langer.
Controle: De figuren zijn klaar als ze hard en droog aanvoelen, alsof het steentjes zijn.
3. Versieren (Decoreren)
Afkoelen: Laat de figuren volledig afkoelen op een rooster.
Schilderen: Gebruik acrylverf of hobbyverf in leuke kerstkleuren (rood, groen, goud, zilver) om de koekjes te schilderen.
Details toevoegen: Als de verf droog is, kun je details aanbrengen met glitter, kleine kraaltjes of een dunne stift.
Aflakken: De koekjes blijven langer goed als je ze aflakt, vernist, bovendien gaan ze dan extra mooi glanzen.
Ophangen: Haal een mooi lintje of touwtje door het gaatje dat je eerder hebt gemaakt.
Jullie kerstversieringen zijn klaar om opgehangen te worden!
Je hebt nodig:
2 kopjes bloem
1 kopje zout
1 kopje water
Grote mengkom, deegroller, bakpapier, bakplaat.
(Eventueel kerst uitsteekvormpjes (sterren, kerstmannetjes, bomen)).
Satéprikker of rietje (voor het gaatje)
Een lint of een touwtje
Verf (rode, witte, groene en bruine) glitters en pailletjes etc.
Vernis, kwasten en water.